Eén zwaluw maakt nog geen zomer

Op 31 januari 2012 oordeelde het Gerechtshof Amsterdam in een procedure die (onder andere) ging over de vraag of op een koopovereenkomst tussen een bloembollenbedrijf en een leverancier van machines waarmee bollen gereinigd kunnen worden algemene voorwaarden golden (Gerechtshof Amsterdam, 31 januari 2012; niet gepubliceerd op rechtspraak.nl, wel in NJ 2012/304).

Door een fout in de machine raakten de bollen beschadigd. De koper van de machine sprak daarop de verkoper aan tot vergoeding van de door de koper geleden gevolgschade. Het Hof is van oordeel dat de algemene voorwaarden niet gelden (voor juristen: vernietigbaar zijn). Voor de verkoper heeft dit de zeer vervelende consequentie dat zij geen beroep kan doen op de in de algemene voorwaarden opgenomen aansprakelijkheidsbeperking en de volledige door de koper geleden schade moet vergoeden. Voor de verkoper geen plezierige afsluiting na 14 jaar (!) procederen.

De casus

Het bloembollenbedrijf heeft de machine op 23 april 1998 voor een bedrag van ƒ 843.480,- excl. 17,5% BTW gekocht. In een door de koper ondertekende opdrachtbevestiging is onderaan – in een voorgedrukte tekst – vermeld: “Op al onze overeenkomsten zijn onze algemene verkoopvoorwaarden van toepassing. Bij ondertekening verklaart ondergetekende de algemene voorwaarden te hebben gelezen en akkoord te hebben bevonden”.

Nadat het bollenbedrijf voor verscheidene opdrachtgevers leliebollen heeft gereinigd komen de eerste problemen aan het licht. Na de reiniging blijkt de kiemkracht van de bollen verloren te zijn gegaan. In eerste instantie heeft het bloembollenbedrijf de verminderde kiemkracht nog toegeschreven aan de extreem natte weersomstandigheden in 1998. Later blijkt er toch iets mis te zijn met de machine. De opdrachtgevers hebben de door het bloembollenbedrijf gereinigde bollen verkocht en (onder andere) geëxporteerd. De kopers van de bollen keuren deze af en spreken hun leverancier aan. Die leveranciers spreken het bollenbedrijf aan, welke op haar beurt de leverancier van de reinigingsmachine aanspreekt tot (onder andere) vergoeding van de geleden (gevolg)schade.

De leverancier van de machine beroept zich op de algemene voorwaarden die op de koopovereenkomst van toepassing zijn verklaard. In die algemene voorwaarden komt een bepaling voor waarin iedere aansprakelijkheid voor schade is uitgesloten. Het bloembollenbedrijf betwist dat de algemene voorwaarden ‘geldig’ zijn, omdat deze bij het aangaan van de overeenkomst niet aan haar zijn uitgereikt. Om de omvang van dit artikel te beperken sla ik het eerste deel van de juridische strijd van partijen over en volsta ik met de mededeling dat partijen uiteindelijk tot aan de Hoge Raad hebben geprocedeerd (HR 11 juli 2008, NJ 2008/416). De Hoge Raad oordeelt dat het Gerechtshof Arnhem het recht niet goed heeft toegepast door het bloembollenbedrijf niet in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren van de stelling dat de algemene voorwaarden niet zijn overhandigd. De Hoge Raad geeft daarover zelf geen inhoudelijke beslissing maar verwijst partijen daarvoor naar het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof vervolgt de procedure en staat het bloembollenbedrijf toe om (grofweg geformuleerd) bewijs te leveren van haar stelling. Daartoe worden onder andere enkele getuigen gehoord.

Gebruiken van algemene voorwaarden

Om algemene voorwaarden te kunnen gebruiken moet een bedrijf ze van toepassing verklaren en uitreiken (de wet noemt dit: ter hand stellen). In bijzondere gevallen is uitreiken niet vereist (bijvoorbeeld bij het kopen van een treinkaartje) en in bepaalde gevallen kan worden volstaan met het publiceren van de algemene voorwaarden op internet. Die gevallen laat ik hier buiten beschouwing. In dit geval was het noodzakelijk de koper een exemplaar van de algemene voorwaarden te overhandigen.

Deze gang van zaken is logisch. Algemene voorwaarden zijn voorwaarden die in meerdere overeenkomsten kunnen worden gebruikt. Deze bepalingen gelden ook als de andere partij die bepalingen niet eens heeft gelezen. De voorwaarde voor deze ‘makkelijke’ toepasselijkheid is dat de gebruiker van de voorwaarden (vaak de verkoper) de koper wel de gelegenheid moet hebben gegeven de voorwaarden te kunnen lezen. Daarvoor is noodzakelijk dat een exemplaar van de algemene voorwaarden is uitgereikt.

In dit geval heeft het bloembollenbedrijf een opdrachtbevestiging ondertekend waarin wordt verklaard de algemene voorwaarden te hebben gelezen en akkoord te hebben bevonden. Een verklaring die je vaker aantreft op opdrachtbevestigingen of onderaan het briefpapier. Juridisch gezien geldt ondertekening van deze verklaring als het bewijs dat de voorwaarden zijn overhandigd. De Hoge Raad staat het echter toe dat de partij die een dergelijke opdrachtbevestiging heeft ondertekend bewijs kan leveren dat hij de voorwaarden niet heeft ontvangen. In deze casus roept het bloembollenbedrijf de persoon op die de opdrachtbevestiging heeft ondertekend. Deze verklaart dat hem de zinsnede “bij ondertekening … enz.” niet is opgevallen en dat hij de algemene voorwaarden niet heeft ontvangen. De directeur van de leverancier van de machine verklaart dat hij zich niet kan herinneren of de algemene voorwaarden aan de koper zijn overhandigd of toegestuurd. En een andere getuige kan zich herinneren dat de opdrachtbevestiging in zijn aanwezigheid is ondertekend en dat hij heel zeker weet dat er bij die gelegenheid geen algemene voorwaarden op het grote, vrij lege bureau lagen. Het Hof oordeelt dat op grond van deze verklaringen twijfel bestaat of de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst zijn overhandigd. Volgens het Hof valt uit de verklaringen eerder af te leiden dat de algemene voorwaarden niet zijn overhandigd. Daaruit volgt dat de algemene voorwaarden niet ‘geldig’ zijn overeengekomen (Het Hof vernietigt de algemene voorwaarden). De leverancier kan daardoor geen beroep doen op de beperking van aansprakelijkheid en zal de volledige (gevolg)schade moeten vergoeden.

Wat leert deze casus ons?

Ik las een artikel over deze uitspraak waarin werd gezegd dat de uitspraak van het Hof van groot belang is voor de vraag of algemene voorwaarden vernietigd kunnen worden. Ik deel die mening niet. Het Gerechtshof Amsterdam geeft immers in mijn visie geen afwijkende lezing van het geldende recht. In dit specifieke geval is er volgens het Hof voldoende twijfel over de overhandiging van de algemene voorwaarden, maar dat zegt in mijn ogen niets over andere gevallen. Eén zwaluw maakt nog geen zomer… De uitspraak bevestigt wel dat rechters ‘allergisch’ zijn voor onduidelijkheid over de vraag of en welke algemene voorwaarden op een overeenkomst van toepassing zijn. Dat is niet nieuw. Ik herinner mij een eigen procedure, waarin onduidelijk was of de algemene voorwaarden van 1992 of de gewijzigde algemene voorwaarden van 1998 van toepassing waren. De rechter droeg aan mijn cliënte op te bewijzen welke algemene voorwaarden van toepassing waren. Mijn cliënte slaagde daarin doordat zij kon aantonen dat zij de gewijzigde algemene voorwaarden per brief naar al haar relaties had verstuurd. Hoewel je kunt discussiëren of in alle gevallen de eis van ter hand stellen (zo) streng moet worden toegepast past een kritische benadering van de vraag welke algemene voorwaarden van toepassing zijn wel in het systeem van de wet. Het verplicht uitreiken geeft evenwicht aan makkelijke ‘toepasselijkheid’. Wat mij bij deze zaak (en andere soortgelijke gevallen) opvalt is dat veel ondernemingen algemene voorwaarden met te veel gemak hanteren. Terwijl over de inhoud van een overeenkomst zeer uitvoerig wordt onderhandeld, wordt over het op juiste wijze toepasselijk verklaren van algemene voorwaarden niet nagedacht of heel gemakkelijk gedaan. Daarmee komen belangrijke bepalingen – zoals een aansprakelijkheidsbeperking – op losse schroeven te staan. Die ondernemingen zouden of het gebruiken van algemene voorwaarden beter moeten organiseren, of belangrijke bepalingen uit die algemene voorwaarden in de overeenkomst zelf op moeten nemen. Op dit vlak valt er voor ondernemers nog veel te winnen (lees: leren).